Spring naar inhoud

9. Toelichting op de geconsolideerde balans

9.1        Materiële vaste activa

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

Tabel: mutaties in onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie, in €

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2025 2024    
Stand per 1 januari        
Verkrijgingsprijzen 51.794 49.963    
Afschrijvingen -24.315 -22.095    
Cumulatieve waardeverminderingen - -    
Boekwaarde 27.479 27.868    
Mutaties        
Investeringen 266 1.831    
Afschrijvingen -2.260 -2.220    
Overboekingen van vastgoedbeleggingen in exploitatie - -    
Terugneming van waardeverminderingen - -    
Totaal mutaties -1.995 -389    
Stand per 31 december        
Verkrijgingsprijzen 52.060 51.794    
Afschrijvingen -26.575 -24.315    
Cumulatieve waardeverminderingen - -    
Boekwaarde 25.485 27.479    

Voor de post ‘onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie’ worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

  • Automatisering : lineair 5 jaar
  • Vervoermiddelen : lineair 5 jaar
  • Inventaris kantoor : lineair 5 of 10 jaar
  • Kantoorgebouw (componentenbenadering):
    - Casco : lineair 40 jaar
    - Installaties: lineair 20 jaar

Het kantoorpand inclusief inventaris is verzekerd voor € 42.678. De boekwaarde van het kantoorpand bedraagt € 18.806 en is gelijk aan de vervaardigingsprijs minus lineaire afschrijvingen.

Rochdale heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het kantoorpand. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruikgemaakt.

Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is geen voorziening voor groot onderhoud gevormd.

9.1.2 Materiële vaste activa in uitvoering

Tabel: Materiele vaste activa in uitvoering, in €

  2025 2024
Materiële vaste activa in uitvoering 1.887 -
Stand per 31 december 1.887 -
De post materiële vaste activa in uitvoering betreft de investering die tot en met 31-12-2025 is gedaan als onderdeel van de grote verbouwing van het Bruggebouw. Deze verbouwing heeft als doel het pand geschikt te maken voor meerdere huurders, waarvan Stichting Vluchtelingenwerk Nederland vanaf 1-3-2026 de eerste zal zijn.
De verbouwing duurt naar verwachting tot halverwege 2026 en de investering is geraamd op € 12.000

9.2        Vastgoedbeleggingen

De mutaties in het vastgoed zijn in het volgende schema samengevat:

Tabel: verloop vastgoed, in €

  DAEB-vastgoed in exploitatie Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
  2025 2024 2025 2024 2025 2024
Boekwaarden per 1-1-2025 7.541.285 6.931.370 1.101.407 1.018.698 165.833 91.788
             
Investeringen  88.304,00  73.042 22.025 14.952 245.164 129.233
Opleveringen 149.172 35.175 12.128 - -161.300 -35.175
Desinvesteringen -136.751 -11.392 -19.882 -2.261 - -
Aanpassing reële waarde -49.254 551.568 -20.667 83.860 - -
Overige mutaties -11.754 3.390 10.826 -2.608 - -
Waardeverminderingen -51.696 -41.868 -12.821 -11.234 -38.888 -20.013
Totaal mutaties -11.979 609.915 -8.391 82.709 44.976 74.045
             
Boekwaarden per 31 december 7.529.306 7.541.285 1.093.016 1.101.407 210.809 165.833

Investeringen

In 2025 is € 88.304 geïnvesteerd in het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 22.025 in het niet-DAEB-vastgoed. Dit betreft onder andere de projecten Vlietstraat, Deysselbuurt 2F en Akbarstraat. Er zijn veel projecten in de aanloopfase waarbij nog beperkt geld is uitgegeven.

Opleveringen

In 2025 zijn 7 projecten opgeleverd:

  • Ottho Heldingstraat
  • Entreegebied WLP
  • Schimmelstraat 69-79
  • Flex Brasa
  • E-buurt Oost nieuwbouw
  • Kwadijkerpark
  • Amstelkwartier kavel 8

Overige mutaties

Dit betreft voor € 10.945 verkopen van DAEB naar niet-DAEB. Het restant ad € 929 betreft diverse mutaties van geringe omvang.

Autonome marktontwikkeling

De reële waarde mutatie is in 2025 uitgekomen op een daling van € 134.438. Dit is het saldo van €-/- 69.921 aan ongerealiseerde waardeveranderingen en €-/- 64.517 aan onrendabele investeringen en uitgaven op projecten in aanloopfase. Dit betreffen uitgaven die onttrokken worden aan de voorziening onrendabele top en uitgaven op projecten in de aanloopfase waar nog geen investeringsbesluit voor is genomen welke wij volledig voorzien. Het totaal aan gereali­seer­de waardeveranderingen (of onrendabele investeringen) in de winst-en-verliesrekening bedraagt € 149.420.

De factoren die de waarde mutatie beïnvloed hebben, zijn:

  • de gewijzigde leegwaarde(ontwikkeling)
  • de gewijzigde markthuur(ontwikkeling)
  • de gewijzigde disconteringsvoet
  • het effect van de gewijzigde overdrachtsbelasting op de eindwaarde
  • de effecten van de macro-economische parameters op de opbrengsten en kosten
  • overige (markt)ontwikkelingen.

Tabel: toewijzing van de waardeontwikkeling

Factoren  
Leegwaarde ontwikkeling € 14.264
De gewijzigde markthuur € 102.653
De stijging van de disconteringsvoet € -177.696
Macro-economische parameters € 2.160
Overige (markt) ontwikkelingen € 134.487
Erfpachtaanpassing € -96.884
Totaal € -21.016
Rochdale heeft geconstateerd dat de wijze waarop de erfpacht in de erfpacht wordt ingerekend afwijkt van die van andere corporaties. Wij hebben besloten onze methodiek aan te passen zodat deze weer aansluit bij het te doen gebruikelijk in Amsterdam. Het hanteren van de verkeerde methodiek heeft geleid tot een verkeerde inschatting van het effect van de erfpacht in de marktwaarde in verhuurde staat. Dit heeft geen effect op onze ratio’s en leidt ook niet tot een ander inzicht in onze jaarrekening. Het effect van € 97 miljoen is prospectief in de cijfers van 2025 verwerkt.

Ongedeeld eigendom

Rochdale heeft gezamenlijk met Stichting DUWO 2 complexen met 1.139 verhuureenheden in ongedeeld eigendom. Het belang van Rochdale in dit ongedeeld eigendom bedraagt 50%. Deze verhuureenheden worden gewaardeerd tegen 50% van de totale waarde van deze complexen.

WSW-hypotheekrechten

Rochdale heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruikgemaakt.

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Het besluit van 27 maart 2017 tot wijziging van het BTIV voegt nieuwe regelgeving toe voor de verkoop van corporatiebezit. Kort samengevat heeft dat consequenties voor blijvend gereguleerde woningen: woningen met 144 of minder WWS-punten. De kopende partij is verplicht deze woningen zeven jaar te exploiteren. Uitponden is pas vanaf het achtste jaar toegestaan.

Rochdale heeft met de gemeente Diemen afspraken gemaakt over de verkoop van woningen. Op grond van deze afspraken is verkoop mogelijk bij een beperkt aantal complexen in de gemeente Diemen. De complexen waar verkoop niet mogelijk is, zijn gewaardeerd op het doorexploitatiescenario.

De in Amsterdam werkzame corporaties hebben met de Gemeente Amsterdam in 2023 gewerkt aan nieuwe gemeenschappelijke prestatieafspraken. Deze zijn in maart 2024 ondertekend. Onderdeel van deze afspraken is dat verkoop is toegestaan, maar er zijn wel beperkingen opgelegd. Zo mogen de gezamenlijke corporaties verkopen tot er nog minimaal 47.000 sociale huurwoningen aanwezig zijn in de stadsdelen Centrum en Zuid en de gebieden Oud-West, Oostelijk Havengebied, Overhoeks en Houthavens.

Aangezien dit volume niet aan het individuele vastgoed is toe te rekenen, is hier bij de waardering van het vastgoed geen rekening mee gehouden. Evenmin is het mogelijke effect van deze afspraak voor Rochdale te kwantificeren, omdat niet te bepalen is of en zo ja op welk moment het verkoopvolume in de verschillende marktgebieden bereikt zal worden.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen ten opzichte van de huidige marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen voor de woningportefeuille (sociaal en commercieel). Deze is gewaardeerd volgens de DCF-methode.

Tabel: gevoeligheidsanalyse

Parameter Gehanteerd in marktwaarde
31-12-2025
Afwijking t.o.v. gehanteerde waarde Effect op marktwaarde Relatief effect op marktwaarde
Mutatiegraad (door- exploiteren/uitponden) 4,00 – 20,00% Plus 1,0% € 418.000 4,79%
Disconteringsvoet 4,25 – 12,70% Plus 0,5% € -623.000 -7,15%
Leegwaarde ontwikkeling 4% - 2% Min 1,0% € -537.000 -6,16%
Op basis van de gevoeligheidsanalyse marktwaarde vastgoed in exploitatie is zichtbaar dat de disconteringsvoet en de leegwaardeontwikkeling de grootste invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde per 31 december 2025. Een aanpassing van 0,50% in de disconteringsvoet geeft een mutatie van € 623.000 en een aanpassing van de leegwaardeontwikkeling met 1,0% heeft een mutatie van € 537.000 tot gevolg. Deze mutaties leiden niet direct tot andere uitkomsten bij de beoordeling van de solvabiliteit en andere vermogensratio’s per 31 december 2025. De financiële positie is hiermee beperkt gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabele en in de marktwaardeberekening.

Tabel: uitponden versus doorexploiteren, in €

Marktwaarde in verhuurde staat Jaarrekening Waarde vastgoed­portefeuille op basis van doorexploiteren Waarde vastgoed­portefeuille op basis van uitponden
Totaal 8.622.322 1.787.915 6.834.407
Woningen 8.326.962 1.522.315 6.804.467
BOG/MOG/ZOG 245.657 245.657 n.v.t.
Parkeren 49.703 19.944 29.759
       
Van de marktwaarde betreffende de woningen zoals gewaardeerd in de jaarrekening 2025 is 81,7% gebaseerd op basis van het scenario uitponden. In totaal betreft dit 29.839 verhuureenheden. Voor het overige deel van de marktwaarde is het scenario (door)exploiteren van toepassing. Deze verdeling wordt vooral veroorzaakt door de forse toename van de leegwaarde en de leegwaarde indexering.

Informatie beleidswaarde

De beleidswaarde bedraagt:

Tabel: beleidswaarde, in €

  2025 2024
DAEB-vastgoed in exploitatie 3.857.446 3.646.162
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 776.466 768.612
Stand per 31 december 4.633.912 4.414.774
De opbouw van de beleidswaarde per 31 december 2025 laat zich als volgt presenteren:

Tabel: opbouw van de beleidswaarde, in €

  DAEB Niet-DAEB
  2025 2024 2025 2024
Marktwaarde per 31 december 7.529.306 7.541.285 1.093.016 1.101.407
         
Aanpassing naar beleid doorexploiteren -1.102.143 -1.066.611 -69.539 -54.459
Aanpassing naar huurbeleid (maximale streefhuur) -1.823.011 -1.996.199 -200.908 -224.459
Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid -1.197.161 -1.171.284 -98.720 -96.208
Aanpassing beheerkosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid -284.645 -304.175 -16.405 -17.848
Sociale disconteringsvoet 735.100 643.146 69.022 60.179
Totaal aanpassingen -3.671.860 -3.895.123 -316.550 -332.795
Beleidswaarde per 31 december 3.857.446 3.646.162 776.466 768.612

Gevoeligheidsanalyse

In onderstaande tabel is aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Tabel: gevoeligheidsanalyse beleidswaarde
Effect op de beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde Relatief effect op beleidswaarde
Disconteringsvoet 0,5% hoger -462.596 -9,90%
Streefhuur per maand € 25 lager -217.091 -4,65%
Lasten onderhoud € 100 hoger -143.914 -3,08%
Lasten beheer € 100 lager 143.914 3,08%
De disconteringsvoet is een marktwaardeparameter en is afhankelijk van de markt c.q. het risico dat in de markt wordt ingeschat en is daarmee een onzekere variabele. Anders is het met de overige uitgevoerde gevoeligheids­analyses. Deze zijn afhankelijk van het beleid van de corporatie en zullen daardoor redelijk stabiel zijn.

Eigen vermogen

Per 31 december 2025 is in totaal € 6.034.435 aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 6.327.626). Dit is het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’ bepaald. Daarmee is de waardering conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De marktwaarde in verhuurde staat kan Rochdale niet realiseren. De beleidswaarde is een betere indicatie voor het bedrag dat Rochdale kan terugverdienen uit de exploitatie van het vastgoed. Het verschil tussen marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde bedraagt € 3.988.410. Dit bedrag is dan ook tevens het deel van het eigen vermogen dat beklemd is vanwege de maatschappelijke doelstellingen die Rochdale nastreeft. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Rochdale. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB-)huurwoningen.

Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheerbeleid van de corporatie.

Verzekering en zekerheden

De vastgoedbeleggingen zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. De verzekerde som op basis van herbouwwaarde op balansdatum bedraagt € 80.000 per gebeurtenis. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

9.3        Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel: het verloop van de financiële vaste activa, in €

  Deelnemingen Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen Vorderingen op groepsmaatschap-pijen waarin wordt deelgenomen Latente belasting­vordering(en) Leningen u/g Totaal
Stand per 1 januari 2025 5.039 0 4 63.440 658 69.141
Stortingen/opnamen -   - - - -
Resultaat deelnemingen 875   - - - 875
Mutatie voorziening -414   - - - -414
Aflossingen -   - - -86 -86
Waardevermindering -   - - - -
Overige mutaties -4.369 31 -4 -3.141 - -7.483
Stand per 31 december 2025 1.131 31 - 60.299 572 62.033
De overige mutaties Deelnemingen hebben betrekking op de in 2025 ontbonden deelnemingen. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.2.
Vorderingen op Overige maatschappijen waarin wordt deelgenomen

Dit betreft een achtergestelde lening verstrekt aan verbinding Stichting Financiering Sekrepatu met een nominale waarde van € 3.100 en met een variabel rentepercentage van maximaal 1,5% per jaar. De lening eindigt op 12 juni 2037. Omtrent zekerheden is niets overeengekomen.

Vanwege de ontwikkeling van de economische situatie in Suriname, waaronder een zeer hoge inflatie wordt de kans dat de lening (volledig) wordt afgelost steeds kleiner ingeschat. Daarom is besloten de lening voor 100% te voorzien, net als bij de andere twee deelnemende Amsterdamse woningcorporaties.

Leningen u/g   

In de leningen u/g zitten geen bedragen met een looptijd korter dan één jaar.

9.3.1       Deelnemingen

De deelnemingen betreffen:

Tabel: deelnemingen in 2025

  Aandeel Resultaat boekjaar1    Eigen vermogen per 31-12-2025 Resultaat deelneming 2025
Overige deelnemingen        
Banne Binnen Beheer B.V. 50% - - -
Kwadijkerpark Beheer B.V. 50% - -17 -
Kwadijkerpark C.V. 49,5% 808 797 394
Ontwikkelingsmaatschappij De Zaanwerf II C.V. 49,50% - -1.122 -
De Jonge Voorn B.V.* 20% - - 1
De Jonge Voorn C.V.* 19,60% - - 66
Totaal   808 -342 462
         
Overige kapitaalbelangen        
WoningNet N.V. 15,50% -   -
In het resultaat deelneming zijn correcties uit oude jaren opgenomen. Derhalve wijkt het resultaat deelneming in sommige gevallen af van het resultaat over het boekjaar.

9.3.2       Latente belastingvordering(en)

De samenstelling van verwerkte en niet-opgenomen beschikbare verrekenbare tijdelijke verschillen en compensabele verliezen is als volgt:

Tabel: samenstelling latentie, in €

  01-01-2025 Correcties voorgaande jaren VPB last/bate huidig boekjaar Verdiscon-tering Aanpassing via vermogen 31-12-2025
Compensabele verliezen 56.244 - -1.951 - - 54.293
Onderhoudsvoorziening - -   - - -
Leningen en derivaten 3.986 - -161 - - 3.825
Afschrijvingspotentieel 3.196 - -918 - - 2.278
Agio leningruil Vestia - - - - - -
Vastgoed in ontwikkeling 111 - -111 - - -
Vastgoed verkocht onder voorwaarden -97 - - - - -97
Totaal 63.440 - -3.141 - - 60.299
Waarvan opgenomen onder de actieve latenties € 60.299 en onder de passieve latenties € 0.

Tabel: latentie nominale waarde en contante waarde, in €

  Nominale waarde latentie 25,8% Contante waarde Looptijd in jaren
Compensabele verliezen 60.790 54.293 10
Waarderingsverschillen vastgoedbeleggingen -850.173 - n.b.
Fiscaal afschrijvingspotentieel Vastgoedbeleggingen 3.203 2.278 35
Waarderingsverschil vastgoed ten behoeve van de exploitatie 331 - n.b.
Waarderingsverschil deelnemingen 742 - n.b.
Vastgoed verkocht onder voorwaarden -97 -97 1
Onderhanden projecten voor verkoop - - 1
Overige voorzieningen 255 - n.b.
Fiscaal (dis)agio langlopende leningen 4.920 3.825 37
Financiële instrumenten 36.164 - 0
Niet-aftrekbare rente artikel 15b Wet Vpb 1969 - -  
Totaal -743.864 60.299  
De latenties zijn gewaardeerd op basis van contante waarde tegen 2,15% (2024: 2,22%).

Rochdale heeft haar beleid afgestemd op haar volkshuisvestelijke karakter. Bij het contant maken van het vastgoed is voor een aantal latenties, waaronder de Niet-aftrekbare rente artikel 15b Wet Vpb 1969, de veronderstelling gehanteerd dat er in de toekomst geen afwikkelmoment zal zijn van de te vormen latentie. Hierdoor bedraagt de contante waarde van die betreffende latenties nihil. De latenties zijn hiermee wel opgenomen in de tabel met eigenschappen hierboven, maar niet als latentie gewaardeerd.

De niet-opgenomen verrekenbare tijdelijke verschillen hebben betrekking op compensabele verliezen. Van de compensabele verliezen is het waarschijnlijk dat toekomstige fiscale winst beschikbaar komt ter compensatie of dat mogelijkheden tot verrekening kunnen worden benut, binnen 10 jaar na balansdatum. De niet-opgenomen verliezen zijn daarom nihil (2024: € nihil).

De Vpb-aangiften tot en met fiscaal boekjaar 2022 zijn definitief afgerond.

9.3.3       Leningen u/g

Onder leningen u/g zijn begrepen meerdere leningen uit hoofde van de Startersrenteregeling. De boekwaarde van deze leningen bedraagt ultimo boekjaar € 572 (2024: € 658). De gemiddelde resterende looptijd van de Startersrenteregeling is afhankelijk van de looptijd van de hypotheek of eerdere woningverkoop. In de leningen u/g zitten geen bedragen met een looptijd korter dan één jaar. Over zekerheden is niets overeengekomen.

9.4        Voorraden

Tabel: voorraden, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Vastgoed bestemd voor de verkoop 3.266 5.564
Totaal voorraden 3.266 5.564
In de post ‘vastgoed bestemd voor de verkoop’ zitten geen afwaarderingen naar lagere opbrengstwaarde. Het betreft met name grondposities. In 2025 is één positie verkocht.

9.5        Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop

Het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop betreft een project waarbij na renovatie een deel van de woningen verkocht worden.

Tabel: Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 4.326 4
Totaal Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 4.326 4

9.6        Vorderingen

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

9.6.1       Huurdebiteuren

Tabel: huurdebiteuren, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Zittende huurders 3.472 4.032
Vertrokken huurders 2.329 2.178
Overig 72 57
  5.874 6.267
Af: voorziening wegens oninbaarheid -3.986 -4.719
Totaal huurdebiteuren 1.887 1.548
De huurachterstanden, voor aftrek van voorziening, zijn lager dan in 2024. Dit komt met name door de aangescherpte werkwijze rondom het aflossen van bestaande betalingsregelingen van reguliere huurders en de afspraken met intermediairs. Daarnaast zijn de achterstanden van commercieel vastgoed gedaald. Door deze ontwikkelingen is de voorziening neerwaarts bijgesteld waardoor het totaal aan huurdebiteuren is gestegen.

9.6.2       Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

Over de vorderingen waarover een rente wordt berekend, geldt een tarief van 12-maands Euribor verhoogd met 2%-punt opslagen.

9.6.3       Belastingen en premies van sociale verzekering

Tabel: belastingen en premies van sociale verzekering, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Vennootschapsbelasting 1.930 2.060
Totaal belastingen en premies van sociale verzekering 1.930 2.060

9.6.4       Overige vorderingen

Tabel: overige vorderingen, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Overige debiteuren 4.590 5.363
Overige vorderingen 240 90
Totaal overige vorderingen 4.830 5.453

9.6.5       Overlopende activa

Tabel: overlopende activa, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Vooruitbetaalde kosten 4.596 861
Totaal overlopende activa 4.596 861

9.7        Liquide middelen

Tabel: liquide middelen, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Kas/bank 24.279 4.459
Deposito’s 43 42
Totaal liquide middelen 24.322 4.501
De liquide middelen staan geheel ter vrije beschikking. Inbegrepen is een saldo gelden onderweg van € 221.
Zekerheden

De huisbankier heeft aan Rochdale kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten ter beschikking gesteld voor een totaalbedrag van € 25.000. Deze kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten zijn onderverdeeld in een gecommitteerde faciliteit van € 10.000 en een niet-gecommitteerde faciliteit van € 15.000. Van het krediet is in het boekjaar geen gebruikgemaakt.

9.8        Groepsvermogen

Het eigen vermogen wordt in de toelichting op de balans in de enkelvoudige jaarrekening nader toegelicht.

9.9        Voorzieningen

Tabel: verloop van de voorzieningen, in €

  Stand per: 1-1-25 Dotaties Ont­trek­kingen Vrijval Stand per: 31-12-25  
Voorziening onrendabele investeringen 117.679 140.446 -127.026 - 131.099  
Overige voorzieningen 2.123 493 -369 - 2.248  
Totaal voorzieningen 119.802 140.939 -127.395 - 133.347  
Van de voorzieningen is een bedrag van € 66.550 als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken. Een bedrag van € 1.000 heeft een verwachte looptijd langer dan 5 jaar.

9.9.1       Voorziening onrendabele investeringen

De voorziening onrendabele investeringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten voor de ontwikkeling van vastgoedeenheden waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen.

9.9.2       Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

Tabel: overige voorzieningen, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Jubileumuitkeringen 755 683
Loopbaanontwikkeling 1.350 1.317
Personeel 142 123
Totaal overige voorzieningen 2.248 2.124
De voorziening inzake personeel betreft de kosten die direct samenhangen met in gang gezette beëindigingen van dienstverbanden en een voorziening voor langdurig zieken. De huidige voorziening is de beste inschatting voor de verwachte uitstroom van middelen voor Rochdale. Bij het bepalen van de voorziening is onder andere rekening gehouden met eventueel uit te keren vergoedingen en te verstrekken huurkortingen.

9.10        Langlopende schulden

Tabel: langlopende schulden, in €

  Stand per
31-12-25
Aflossings­verplichting
2026
Resterende looptijd
> 1 jaar
Waarvan looptijd
> 5 jaar
Schulden/leningen kredietinstellingen 1.664.441 2.781 1.661.661 1.462.763
Agio leningen 17.270 436 16.834 15.065
Overige schulden 9.087 189 8.898 8.142
Totaal langlopende schulden 1.690.799 3.406 1.687.393 1.485.970
Langlopende schulden met een resterende looptijd van minder dan 1 jaar ad € 3.406 (2024: € 25.211), waaronder de aflossingsverplichtingen voor komend jaar, zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

De leningen die een variabele rentecomponent bevatten, bestaan voor:

  • € 10.000 uit variabele leningen waarvan het renterisico voor € 10.000 is afgedekt door de afgesloten rente-swapcontracten;
  • € 50.600 uit basisrenteleningen waarin de basisrente voor langere tijd is vastgelegd en de opslag binnen een paar jaar wordt herzien;
  • € 75.000 uit leningen met een variabele rente waarin een terugstortfaciliteit aanwezig is. Dit betreft 2 leningen. Een weeks- rollover van € 50.000 en een maands-rollover van € 25.000 waarbij ultimo 2025 voor € 20.000 is teruggestort

Voor het totaalbedrag aan schulden/leningen van overheid en kredietinstellingen is borging van het WSW verkregen.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de financiële instrumenten zoals opgenomen in hoofdstuk 7.

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaar is als volgt:

Tabel: vervalschema langlopende schulden, in €

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
Schulden/leningen kredietinstellingen 19.182 51.149 46.762 81.805
Agio leningen 439 441 443 446
Overige schulden 189 189 189 189
  19.810 51.779 47.394 82.440

9.10.1       Schulden/leningen kredietinstellingen

De mutaties in 2025 van de post ‘schulden/leningen overheid en kredietinstellingen’ kunnen als volgt worden toegelicht:

Tabel: schulden/leningen overheid en kredietinstellingen, in €

  2025 2024
Stand per 1 januari 1.506.733 1.366.600
Nieuwe leningen 275.000 220.000
Agio op nieuwe leningen   -
Aflossingen -119.590 -79.435
Aflossing en opname op lening met terugstortfaciliteit 20.000 -
Vrijval agio leningen -432 -432
Stand per 31 december 1.681.712 1.506.733
Het agio op de leningen is ontstaan door de Vestia-leningruil waarbij leningen met een marktconforme rente (0,535%) zijn geruild voor leningen met een niet-marktconforme (hogere) rente (4,860%). Het bedrag betreft het verschil tussen de boekwaarde van de aan Vestia overgedragen leningen en reële waarde van de van Vestia overgenomen leningen. De toevoeging is direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt als volkshuisvestelijke bijdrage onder de post ‘overige organisatiekosten’ en valt via de effectieve rentemethode vrij over de resterende looptijd van de van Vestia overgenomen leningen.

Voor de variabel rentende leningen is voor € 10.000 aan renteswaps aangegaan om het variabel renterisico op deze leningen af te dekken.

Hedges

Algemene hedgestrategie

Rochdale voerde een strategie om het risico op wijzigingen van toekomstige rentekasstromen uit hoofde van bestaande en zeer waarschijnlijk in de toekomst af te sluiten leningen af te dekken. Daartoe werden als hedge-instrumenten renteswapcontracten afgesloten. Met een renteswap ontvangt de groep een variabele rente van de tegenpartij en betaalt zij een vaste rente terug. In de laatste jaren zijn geen hedgecontracten meer afgesloten. De laatste hedgetransactie dateert van 15 juli 2008.

Effectiviteit hedgerelatie

Hedge-accounting wordt toegepast aangezien sprake is van een effectieve hedgerelatie (100%). De kritische kenmerken (onder andere omvang en looptijd) van de hedge-instrumenten komen hierbij overeen met die van de afgedekte posities. Voor elke verslaggevingsperiode wordt de effectiviteit van de hedgerelaties getest middels het vergelijken van de kritische kenmerken, die de waarde van de instrumenten het meest beïnvloeden. Indien ineffectiviteit wordt vastgesteld, wordt deze in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Op het aanwezige derivaat wordt kostprijshedge-accounting toegepast.

Renteswaps

Rochdale heeft een payerswapcontract afgesloten om het renterisico voortvloeiend uit een leningencontract met een variabele rente af te dekken. De betalingscondities van de renteswap stemmen overeen met die van de onderliggende lening. Zoals onder de waarderingsgrondslagen toegelicht past de corporatie daarbij kostprijshedge-accounting toe, waardoor de renteswap tegen kostprijs wordt gewaardeerd (nagenoeg nihil) en waardemutaties niet in het resultaat worden verantwoord.

De waarde in het economische verkeer van dit financiële instrument bestaat uit het bedrag dat de groep zou ontvangen of betalen om dit contract te beëindigen.

Tabel: renteswapportefeuille, naar looptijd en waarde

Derivaat Hoofd-som Ingangs­datum Einddatum Te betalen rente Te ontvangen rente Markt­waarde 31-12-25 Markt­waarde 31-12-24
ING -10.000 15-07-2008 15-07-2028 4,65% EUR3M -761 -986
Niet in de balans opgenomen marktwaarde
(vanwege toepassing kostprijshedge-accounting)
-761 -986
De aan hiervoor genoemde derivaten gekoppelde variabel rentende leningen betreft:

Tabel: variabel rentende leningen gekoppeld aan derivaten, naar looptijd en waarde

Geldgever Hoofdsom Ingangsdatum Einddatum Te betalen variabele rente Gekoppeld aan derivaat
NWB 10.000 08-09-2008 15-07-2028 EUR3M ING
Totaal 10.000        
Voor het effectieve deel van de hedge worden de resultaten van het hedge-instrument en de afgedekte positie overeenkomstig de regels voor kostprijshedge-accounting van Richtlijn 290 gelijktijdig in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Omdat de hedge volledig effectief is, zijn de resultaten gelijk en tegengesteld aan elkaar waardoor het netto-effect in de winst-en-verliesrekening nihil zal zijn.
WSW-hypotheekrechten

Rochdale heeft het WSW gemachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het onderliggende bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruikgemaakt.

Aflossingssysteem

De leningen worden afgelost op basis van het lineaire, annuïtaire dan wel het fixe kostprijssysteem.

9.10.2       Overige schulden

Tabel: overige schulden, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Waarborgsommen 4.551 4.194
Vooruitontvangen huren 4.536 4.726
Totaal overige schulden 9.087 8.920
De reële waarde van deze overige langlopende schulden benadert de boekwaarde. De specificatie van de waarborgsommen is als volgt:

Tabel: waarborgsommen, in €

  2025 2024
1-jan    
Ontvangen waarborgsommen 4.090 3.951
Rente waarborgsommen 104 79
  4.194 4.030
Mutaties    
Toegevoegde rente 47 31
Toegevoegde waarborgsommen 669 525
Uitbetaalde rente -7 -6
Uitbetaalde waarborgsommen -353 -386
  357 164
31-dec    
Ontvangen waarborgsommen 4.406 4.090
Rente waarborgsommen 145 104
  4.551 4.194
De waarborgsommen betreffen de uit hoofde van de huurovereenkomst van huurders ontvangen bedragen die dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van het bedrag dat bij beëindiging van de huurovereenkomst door de huurder aan mutatiekosten en achterstallige huur verschuldigd mocht zijn. In 2025 is 1,65% (2024: 1,61%) rente toegerekend. De waarborgsom inclusief samengestelde rente wordt bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend. Sinds 2011 wordt van nieuwe huurders in de sociale sector geen waarborgsom gevraagd. De reden hiervoor is dat we de lasten van nieuwe huurders willen beperken.

De post ‘vooruitontvangen huren’ heeft betrekking op de verhuring van de Amstelmeerschool aan de gemeente Amsterdam met een resterende looptijd variërend van 20 tot 40 jaren.

9.11        Kortlopende schulden

Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.

Voor het kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

9.11.1       Belastingen en premies van sociale verzekering

Tabel: belastingen en premies van sociale verzekering, in €

  31-dec-25 31-dec-24
BTW 7.262 7.593
Loonheffing 1.891 1.692
Vennootschapsbelasting - -
Totaal belastingen en premies van sociale verzekering 9.153 9.285

9.11.2       Overlopende passiva

Tabel: overlopende passiva, in €

  31-dec-25 31-dec-24
Niet vervallen rente 23.309 22.017
Vooruitontvangen huren 5.373 5.912
Servicekosten 4.153 6.070
Overige 5.541 6.504
Totaal overlopende passiva 38.377 40.503

9.12        Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

9.12.1       Steigereiland Noord, Amsterdam

Bij de realisatie van het appartementencomplex Steigereiland Noord in Amsterdam zijn 24 appartementen opgeleverd die vallen onder de Koopbrugregeling. Deze houdt in dat Rochdale 80% van het eigendom heeft verkocht en 20% van het eigendom als voorraad heeft opgenomen. Zowel Rochdale als de koper hebben het recht om het resterende deel terug te kopen respectievelijk verkopen tegen 20% respectievelijk 80% van de vrije verkoopwaarde. In 2025 zijn er geen Koopbrugwoning verkocht. Per 31 december 2025 stonden er nog 10 appartementen onder de Koopbrugregeling. In de jaarrekening is het 20%-deel tegen kostprijs onder de voorraden in de balans opgenomen voor € 158.

9.12.2       Koopgarantwoningen

Er zijn in het verleden 6 woningen verkocht onder koopgarantvoorwaarden. Per 31 december 2025 stonden er nog 5 woningen onder de koopgarantregeling. Daarbij heeft Rochdale het eerste recht c.q. een terugkoopverplichting tegen de dan geldende marktwaarde. In de jaarrekening is de verstrekte koperskorting (25%) tegen kostprijs onder de voorraden in de balans opgenomen voor € 220.

9.12.3       Leaseverplichtingen

Rochdale is leaseverplichtingen aangegaan voor het gebruik van leaseauto’s. De totale leaseverplichting bedraagt € 4.018. Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van leases als volgt te specificeren:

Tabel: leaseverplichtingen, in €
Te betalen    
Binnen 1 jaar 1.100  
Tussen 1 en 5 jaar 2.918  
Meer dan 5 jaar -  
Gedurende het verslagjaar is € 1.684 aan leasekosten in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

9.12.4       Erfpachtverplichtingen

Voor onroerende zaken zijn er erfpachtverplichtingen aangegaan met een variërende looptijd tot maximaal 50 jaar. De jaarlijkse last voor de erfpacht voor 2026 is € 746. Dit bedrag neemt af tot € 465 per jaar in 2030. De verplichting binnen 5 jaar bedraagt € 2.761.

9.12.5       Onderhoudsverplichtingen

Woningstichting Rochdale is ultimo 2025 € 2.105 (2024: € 3.260) aan verplichtingen voor planmatig onderhoud en € 6.524 aan Investeringen PO+ aangegaan. De uitvoering hiervan zal binnen 1 jaar plaatsvinden. Met betrekking tot calamiteiten en veiligheid (brandveiligheidsprojecten) is Rochdale ultimo 2025 € 10 (2024: € 20) aan verplichtingen aangegaan.

Daarnaast heeft Rochdale een langlopend contract voor de vervanging van individuele cv-installaties. Dit contract is ingegaan op 1 januari 2016 en eindigt van rechtswege op 31 december 2033. De omvang betreft circa € 2.400 per jaar.

De jaarlijkse lasten voor contractonderhoud bedragen circa € 8.780. Daarnaast bedraagt de contractuele verplichting voor contracten voor servicekosten € 5.150. Voor dagelijks onderhoud zijn ultimo 2025 verplichtingen aangegaan voor €929.

9.12.6       Verplichtingen inzake projecten

Rochdale heeft ultimo 2025 voor ongeveer € 259.455 aan verplichtingen inzake de ontwikkeling van projecten (sloop, nieuwbouw en/of renovatie) (2024: € 354.558).

9.12.7       WSW-obligo

Uit hoofde van het borgingsstelsel heeft Rochdale een obligoverplichting jegens het WSW. Deze bestaat uit de jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,33% en een gecommitteerd obligo in de vorm van een variabele lening van maximaal 2,6% van de restschuld van de door Rochdale opgenomen, door het WSW geborgde leningen. Over 2025 bedroeg de heffing 0,0269% (€0,4 miljoen) en de obligo lening 2,6% (€ 39,8 miljoen).

Het WSW verwacht vanwege de lopende verplichtingen en de geraamde groei van het geborgde volume de komende jaren elk jaar obligo te moeten heffen. Rochdale zal de komende 5 jaren naar verwachting in totaal € 19 miljoen moeten afdragen aan jaarlijkse obligoheffingen en eventuele gecommitteerd obligo te moeten verstrekken om het risicovermogen van het WSW op peil te houden. Zoals nu verwacht ligt dit in de range van 0,06% tot 0,09% bruto van het geborgde schuldrestant per jaar. Dit is ruimschoots onder het vastgestelde maximum van 0,34% bruto jaarlijks obligo, zoals opgenomen in het Reglement van Deelneming. Voor Rochdale bedraagt dit maximaal € 5,1 miljoen per jaar.

De maximale obligoverplichting bedraagt € 58,8 miljoen per 31 december 2025 (€ 58,9 miljoen per 31 december 2024). Indien het WSW het gecommitteerde obligo zou opeisen dient Rochdale het bedrag binnen 10 dagen aan het WSW over te maken. Rochdale verwacht indien noodzakelijk aan deze verplichting te kunnen voldoen door het nog niet benutte deel van het bestaande financieringskrediet aan te spreken, en zo nodig een aanvullende lening aan te trekken binnen het aanwezige faciliteringsvolume.

9.12.8       Levering onder ontbindende voorwaarden

Op 28 december 2022 heeft Rochdale een stuk grond aan de Naritaweg in Amsterdam aangekocht via een Groninger Akte. Dit houdt in dat de grond is geleverd, maar de koopsom ad € 4,74 miljoen nog niet is betaald. De eigendom is verkregen onder ontbindende voorwaarden. De ontbindende voorwaarden lopen af zodra de koopprijs is voldaan of uiterlijk op 20 december 2027.

9.12.9       Overige aansprakelijkheidsverplichtingen

Rochdale is commanditair (stille) vennoot in de onder hoofdstuk 4.2 opgenomen samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid en is aansprakelijk tot het bedrag van het ingebrachte kapitaal.