Prestatieafspraken met gemeenten
De keuzes die we maken om te werken aan sterke buurten staan nooit op zichzelf: ze moeten aansluiten bij de Nationale Prestatieafspraken, MRA Woondeal en de afspraken met gemeenten. Deze afspraken bepalen onder andere hoeveel ruimte er is voor verkoop, hoe we omgaan met toewijzingen of hoe we samenwerken aan nieuwbouw, verduurzaming en de huisvesting van specifieke doelgroepen. In dit hoofdstuk reflecteren we op de voortgang van de prestatieafspraken met gemeenten, maar vooral ook op de uitvoerbaarheid, spanningen en leerpunten die we in 2025 hebben ervaren.
Gemeente Amsterdam (afsprakenperiode 2024 – 2027)
Een belangrijk speerpunt in deze prestatieafspraken is dat we kritischer kijken naar de verkoop van sociale huurwoningen. In gebieden met weinig sociale huur hanteren we het principe “geen verkoop, tenzij”, terwijl er in andere gebieden meer ruimte is om wél te verkopen. In 2025 hebben we onze verkoopvijver opnieuw geanalyseerd en hierover het gesprek gevoerd met huurders. Onze conclusie is dat we binnen deze afsprakenperiode nog kunnen voldoen aan de gemaakte afspraken, maar dat dit na 2027 niet meer haalbaar is. Dat vraagt in de volgende ronde prestatieafspraken om een herbezinning. Het spanningsveld tussen financiële noodzaak en het behoud van sociale huurvoorraad maakt het bovendien essentieel om dit gesprek steeds tijdig en in de juiste gremia te voeren. Gebeurt dat niet, dan beginnen partijen aan nieuwe afspraken met te uiteenlopende verwachtingen.
We hebben de ruimte voor secundaire toewijzing maximaal benut. Daarmee kunnen we gerichter sturen op gemengde buurten en op versterking van wijken. Een belangrijk leerpunt is dat deze aanpak alleen werkt als we goed blijven aansluiten op de instroombehoeften van buurten. We zien dat het streven naar menging soms botst met de druk op de wachtlijsten, wat tot onrust kan leiden. Dat bleek ook uit het volksinitiatief “Eerlijke kans op een sociale huurwoning”, dat in de zomer van 2025 werd ingediend door een groep bezorgde inwoners. Uit de daaropvolgende evaluatie blijkt dat de woonruimteverdeling beter kan, maar vooral dat we duidelijker moeten uitleggen waarom we bepaalde keuzes maken. Goede uitleg is nodig voor draagvlak.
De monitor die de corporaties in april 2025 opleverden, laat zien dat Rochdale het grootste deel van de afspraken nakomt. De belangrijkste achterstand ligt bij het aardgasvrij maken van woningen, mede omdat hierover geen harde afspraken waren gemaakt. Deze vrijblijvendheid heeft tot vertraging geleid. In de volgende afspraken willen we daarom beter vastleggen welke risico’s en afhankelijkheden er zijn en welke alternatieve route we kiezen als plannen anders lopen dan verwacht.
Gemeente Zaanstad (afsprakenperiode 2024 – 2027)
Eind 2025 zitten we halverwege de looptijd van de prestatieafspraken. Uit de stoplichtrapportage blijkt dat de meeste doelen op schema liggen, maar dat er vertraging is ontstaan bij nieuwbouw en de energietransitie. Strenge stikstofregels en de gemeentelijke parkeernorm remmen verschillende projecten af. Een voorbeeld is de Hondemanstraat, waar de planning ongeveer vier jaar opschuift. Deze structurele externe belemmeringen vragen om gezamenlijke strategieën richting provincie en Rijk, die juist zouden moeten helpen om verdere vertraging te voorkomen.
Tegelijkertijd zien we ook positieve resultaten. In het Pactgebied zijn 1.020 Rochdalehuishoudens geholpen bij het tegengaan van energiearmoede. Dit laat zien dat intensieve samenwerking tussen gemeente, corporaties en bewoners effect heeft. Een belangrijk inzicht hierbij is dat dit soort resultaten pas structureel worden als er een uitgewerkt actieplan ligt waar alle partijen verantwoordelijkheid voor nemen.
Binnen de pijler zorgzame wijken is de woonzorgvisie uitgewerkt en is de WBMGP met vier jaar verlengd. De uitvoering daarvan start in 2026. De uitdaging is om de samenwerking tussen zorg en wonen, en de gezamenlijke opgave die daarbij hoort, nu daadwerkelijk te realiseren. Dat vraagt om structureel overleg en duidelijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.
Rondom de energietransitie hebben corporaties uitgangspunten meegegeven voor toekomstige gasvrije wijken. In 2026 willen we huurders beter betrekken, omdat plannen pas echt landen wanneer huurders zich medeeigenaar voelen. Dat vraagt van ons dat we de plannen en mogelijkheden rond duurzaamheid tijdig bespreken met de huurdersorganisaties. Zo kunnen zij helpen bij het uitdragen van deze plannen naar andere huurders.
Gemeente Purmerend (afsprakenperiode 2021 – 2024, verlengd tot en met 2025)
Omdat 2025 het laatste jaar was van de (verlengde) afsprakenperiode, is de voortgang minder actief gevolgd. Een blijvend aandachtspunt is het gebruik van driepartijencontracten voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Hiervoor is extra inzet nodig van de gemeente om de samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties te borgen. We merken dat de afhankelijkheid van externe partners leidt tot complicaties in de uitvoering; dit vraagt om een helder standpunt met mandaat van de gemeente Purmerend. Door de in andere gemeenten opgedane ervaring met deze problematiek is Rochdale een goede partner om de gemeente Purmerend hierbij te ondersteunen.
Veel tijd ging naar de voorbereiding van de nieuwe prestatieafspraken voor 2026–2029. Het proces werd vertraagd door de huurbevriezing, waardoor corporaties geen bod konden uitbrengen. Na het intrekken hiervan zijn de gesprekken hervat; het ontbreken van een bod bleek geen belemmering voor constructief overleg
Gemeente Diemen (nieuwe afspraken voor de periode 2025 – 2028)
In oktober 2025 zijn nieuwe prestatieafspraken ondertekend, na een langdurig traject waarin partijen naar elkaar zijn toegegroeid. De samenwerking is constructief verlopen, ondanks de vertraging. Rochdale is tevreden over de manier waarop het wederzijds begrip is gegroeid.
Een belangrijke stap is gezet op het onderwerp verkoop: de financiële noodzaak om ook in Diemen woningen te verkopen wordt nu breed erkend en verkoop is onder voorwaarden mogelijk. Dit benadrukt de wederkerigheid in de samenwerking die partijen met elkaar zijn aangegaan. Deze opbrengsten zijn noodzakelijk voor onze nieuwbouwopgave en dragen direct bij aan het terugdringen van de woningnood.
Op het gebied van verduurzaming is onze opgave in Diemen kleiner dan elders, maar de energietransitie blijft een uitdaging. De gemeente neemt hierin de regie en komt in 2026 met een warmteprogramma. Voor succes is cruciaal dat we tijdig worden aangehaakt in de technische en financiële keuzes. Dit vraagt om nauwkeurige afstemming met elkaar, maar ook heldere rollen en verantwoordelijkheden. De gemeente initieert een gezamenlijke werkgroep waarin de planning en coördinatie wordt vormgegeven.
Gemeente Haarlemmermeer
In de gemeente Haarlemmermeer hebben we eind 2023 prestatieafspraken ondertekend. Tot we (bijna) onze eerste woningen gaan opleveren in deze gemeente zijn er nog geen onderdelen uit deze afspraken die nu om actie vragen.
Gemeente Landsmeer
De gemeente Landsmeer rondt binnenkort haar nieuwe woon(zorg)visie af. Zodra deze definitief is, starten we met het opstellen van nieuwe prestatieafspraken. Met de gemeente en de lokale huurdersvertegenwoordiging is afgesproken dat dit een kort en efficiënt traject wordt, passend bij het onderlinge vertrouwen en het beperkte aantal jaarlijkse mutaties in ons bezit in Landsmeer. Het traject is nog niet gestart en er is nog geen startdatum vastgesteld.